Dragen is niet altijd rozengeur en maneschijn

Ik raakte in gesprek met een moeder over dragen. Zij vertelde me dat ze zich soms verslagen voelde door de rooskleurige verhalen over dragen die door draagconsulenten verteld worden. ‘Je handen vrij om het huishouden te doen?’ vroeg ze zich verbaasd af, haar zoontje sliep alleen maar als ze een stuk ging wandelen, dus dat huishouden kwam er nog steeds niet van. ‘Bij mijn zoontje was alleen maar in de doek doen echt niet genoeg, hij bleef onrustig’. Haar verhaal bracht me aan het denken. Hoe worden mijn schrijfsels gelezen? Laat ik genoeg zien dat dragen niet de oplossing tot alles is? Dat elke baby anders is en dus een andere aanpak nodig heeft?

Mijn eigen twee kinderen zijn mijn beste voorbeeld. Ze zijn een verschil van dag en nacht wat betreft dragen. Met Ryo, mijn jongste, heb ik (vind ik) als draagconsulent echt geluk. Hij is de ‘perfecte draagbaby’. Hij slaapt het beste in de draagzak. Als hij moe is, hoef ik hem maar op mijn rug te gooien en hij gaat slapen, overal. In de draagzak kan hij dan ook makkelijk 1,5 uur slapen. In bed slaapt hij alleen als ik hem er slapend in leg en is hij na een half uurtje weer wakker, huilend en niet uitgerust. Hoe anders was mijn oudste dochter Yuna. Vanaf 3 maanden liet ik haar regelmatig in de doek slapen, omdat ze in bed vaak de slaap niet kon vatten. Als ze moe werd, deed ik haar in de doek, wat er steevast toe leidde dat ze begon te huilen. Vervolgens ging ik op hoog tempo rondjes door de woonkamer lopen tot ze in slaap viel (en dat kon best even duren). Gedurende 3 kwartier moest ik zachtjes blijven bewegen, maar niet te abrupt, anders werd ze weer wakker. En altijd werd ze na die 3 kwartier weer huilend wakker, want ze had liever gisteren dan vandaag weer die borst in haar mond. Toen ze wat ouder werd, ging ze minder huilen in de doek maar ging het slapen in bed ook veel beter. Waar ze eerder beter in de doek sliep dan in bed, draaide dit nu om. In bed sliep ze zo 2 uur, in de doek was ze nog steeds na 3 kwartier alweer wakker.  De drager werd dus steeds meer functioneel gebruikt en niet meer om te slapen.

Dus nee, niet alle baby’s zijn direct rustig of gaan meteen slapen in de doek. Vaak hebben ze beweging nodig om in slaap te kunnen vallen of zelfs in slaap te kunnen blijven. Ook vinden niet alle baby’s alle bewegingen even fijn, een drager is dus geen garantie dat je het huishouden kunt doen. Sommige baby’s slapen beter in bed dan in de drager. Of aan de borst, op je schoot of naast je. Sommige baby’s willen liever op de heup of op de rug. Andere willen liever in een draagzak, terwijl jij net een mooie doek gekocht hebt. Soms willen ze op maandag wel, maar op dinsdag niet gedragen. Of wel door mama, maar niet door papa, of andersom.

En nee, dragen is ook niet altijd leuk. Ook niet voor mij. Dragen is soms te warm (als het 34 graden is, droom ik van een baby die in bed slaapt), te plakkerig, te nat, te zwaar, te onhandig. Soms ben ik te vermoeid en doet mijn rug pijn. Soms wil ik ook gewoon eens kunnen gaan liggen, maar dat is lastig met een kind op je rug. En soms wil ik gewoon geen kind aan me geplakt.

Dragen is niet altijd rozengeur en maneschijn. Of beter gezegd, het ouderschap is niet altijd rozengeur en maneschijn. En dragen maakt het voor mij net allemaal een beetje makkelijker. Hoe is dat voor jou?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.